management tip logo

Fiedler - Contingentietheorie

De contingentietheorie van Fiedler is een theorie over de effectiviteit van leiderschap, die is ontwikkeld door Fred Fiedler.

Fiedler startte in 1951 een grootschalig onderzoeksprogramma, waarvan de belangrijkste bevinding was dat effectiviteit van leiderschap afhankelijk is van (in termen van Fiedler "contingent is met") kenmerken van de leider en van de situatie waarin de leider optreedt.
De theorie werd in 1967 voor het eerst geïntroduceerd, in Fiedlers werk A Theory of Leadership Effectiveness.

Volgens Fiedler verschillen situaties in de mate waarin zij het de leider mogelijk maken om invloed uit te oefenen op een groep.
De verschillen worden met name door drie factoren bepaald:
Fiedler concludeerde naar aanleiding van zijn onderzoeken dat taakgerichtheid bij leiders een gunstige eigenschap is bij taken die zeer veel controlemogelijkheden bieden of bij taken die zeer weinig controlemogelijkheden bieden.
Bij tussenliggende taken is juist een persoonsgerichte leider effectiever.
Aangezien persoonlijkheid (taakgerichtheid versus persoonsgerichtheid) tamelijk stabiel is, suggereert de contingentietheorie dat de situatie zodanig zou moeten worden aangepast dat het past bij de leider.
De contingentietheorie noemt dit "job engineering".
Daarnaast wordt training van groepen gezien als een methode om de aard van de relaties in de groep te verbeteren.

Hoewel de theorie van Fiedler in verschillende andere onderzoeken is bevestigd, bestaat er ook kritiek op de contingentietheorie.
De belangrijkste kritiek is dat de theorie weinig flexibel is.
Tests die aan leiders werden afgenomen wezen bovendien uit dat hun geteste persoonlijkheidskenmerken niet steeds overeenkwamen met hun leidersgedrag, hetgeen suggereert dat taakgerichtheid versus persoonsgerichtheid wél te beïnvloeden is of dat de persoonlijkheidskenmerken niet altijd het gedrag beinvloeden.





© Frank Woutersen 2009 - 2012 
Parse: 0.0581860542297 Querys: 12 Querytime: 0.0491254329681